Palmpasenstok maken

De Palmpasenstok

Wat heb je nodig?

  • 2 houten stokken of takken (de ene is langer dan de andere)
  • Touw
  • Schaar
  • Crêpepapier
  • Plakband
  • Doorzichtig stevig plastic draad en naald (of touw)
  • Broodhaan (zie recept)
  • 30 Rozijnen (of Nibbit rings)
  • 12 noten
  • 1 mandarijn
  • Buxustakje

Het stappenplan

Stap 1. Bind de twee stokken aan elkaar vast met een stuk touw. Je kunt de stokken ook met een spijker aan elkaar vast maken. Versier daarna de stok met crêpepapier

Stap 2. Plak/bind de buxustak in het midden van het kruis.

Stap 3. Rijg 12 noten aan het touw. Neem voldoende touw, zodat je beide uiteinden aan de horizontale stok vast kunt binden. Zo krijg je een ketting van noten.

Stap 4. Rijg de rozijnen (of Nibbit) aan het touw. Neem voldoende touw, zodat je beide uiteinden aan de horizontale stok vast kunt binden. Zo krijg je een ketting van rozijnen (of Nibbit).

Stap 5. Bevestig de mandarijn met een stukje touw aan het kruis.

Stap 6. Prik de broodhaan boven op het kruis.

Tadaa! De Palmpasenstok is af. Wist je dat alle materialen een betekenis hebben? Lees het hieronder!

Tip: maak de slinger extra vrolijk door verschillende kleurtjes crêpepapier te gebruiken.

Tip: versier de tak nog meer met bijvoorbeeld paaseieren, strikjes, stickers en andere versiersels.

Veel knutselplezier!

Namens de KND-leiding, Irene

De betekenis van de Palmpasenstok

Stok

Al is de stok versierd en vrolijk, hij heeft de vorm van een kruis. De mensen heten Jezus hartelijk welkom in de stad, zijn vrolijk bij Zijn komst, maar enkele dagen later roepen mensen: “Weg met Jezus”. Hij sterft aan het kruis.

Crêpepapier

De stok is omwonden met gekleurd crêpepapier. De kerkelijke kleuren zijn wit, groen, paars en rood. Heel het jaar rond geven deze kleuren hun betekenis aan de erediensten.

Het papier wikkelt zich omhoog langs de stok. Dat laat zien dan Jezus is opgestaan. God heeft Hem opgewekt uit de dood. Hij leeft!

Buxustakjes

Palmtakjes (buxus) verwijzen naar de palmtakken waar de mensen mee zwaaien als Jezus de stad op een ezel binnenrijdt. Groen is de kleur van Hoop die leven doet.

Ketting met pinda’s

Om de stok hangt een ketting met pinda’s. In een pinda zitten twee nootjes. Pilatus, de Romeinse rechter, wil een gevangene vrij laten omdat het feest is. Inwoners van Jeruzalem mogen kiezen. Zal hij Jezus of Barabbas (een boef) vrij laten? Wie van de twee? De mensen kiezen voor Barabbas. Pilatus laat hem vrij en geeft Jezus aan zijn soldaten om Hem te kruisigen.

De twee pinda’s in een noot verwijzen naar de leerlingen van Jezus, die twee aan twee de wereld ingestuurd werden om van de opgestane Heer te vertellen.

Ketting met rozijnen

Aan de tak hangt een ketting van 30 rozijnen. Een vriend van Jezus, Judas, verklikt hem. Hij krijgt 30 zilverstukken voor het vertellen waar Jezus is en hoe zijn tegenstanders Hem het beste kunnen pakken: midden in de nacht, bijna niemand die het dan ziet.

Mandarijn

De mandarijn is een teken van de zon die over heel de wereld schijnt. Zo is ook Christus die als Gods Zoon voor mensen op de wereld kwam.

Broodhaantje

Aan de stok is een broodhaantje geprikt. Dat haantje kraait als een andere vriend van Jezus, Simon Petrus, drie keert zegt dat hij Jezus niet kent. Hij is Jezus gevolgd en vlakbij de plaats waar Hij gevangen wordt gehouden. Hij is bang dat hij ook wordt gepakt. Als mensen zeggen: “Jij hoort toch bij Jezus”, zegt hij drie keer “Nee”. Dan kraait er een haan. Het is vroeg in de morgen.

De haan is ook een teken van waakzaamheid. Denk bijvoorbeeld aan de windhaan die op een kerktoren staat. Hij waakt over de stad.

Het haantje is gemaakt van deeg, dat verwijst naar het Laatste Avondmaal van Jezus en naar Christus die het Brood des Levens is.

Recept voor de broodhaan

Wat heb je nodig?

  • 500 gram tarwebloem
  • 7 gram droge gist
  • 10 gram suiker
  • 10 gram zout
  • 30 gram zachte ongezouten boter
  • 325 gram volle melk, lauwwarm

Doe alle ingrediënten in een kom en roer met een spatel even kort door elkaar. Zet de mixer aan op een lage stand en kneed het in zo’n 10-15 minuten tot een mooi soepel deeg dat loslaat van de wand. Met de hand kneden is ook mogelijk, maar dit duurt iets langer.

Na het kneden moet het deeg voor de eerste keer rijzen. Vorm het deeg tot een bal en leg deze in een met olie ingevette kom. Draai de bal deeg nog even om, zodat aan alle kanten een beetje olie zit. Dek de kom af en laat ongeveer een uur rijzen op een warme plek tot het deeg in volume verdubbeld is.

Na de eerste rijs vorm je het deeg. Druk met je handen het lucht uit het deeg en verdeel in 6 gelijke stukken. Maak het deeg in de vorm van een haan. Het oog kun je maken door een rozijntje in het deeg te duwen.

Nadat je de haantjes hebt gevormd, leg je ze op de bakplaat. Dek de plaat af en laat de broodjes 45-60 minuten rijzen tot het weer bijna in volume verdubbeld is. Je kunt eenvoudig testen of het genoeg gerezen is; druk met je vinger licht op het deeg. Als het langzaam terug veert, is het deeg goed.

Verwarm tijdens deze tweede rijs de oven alvast voor op 220 graden (boven- en onderwarmte).

Bak de broodjes in ongeveer 15 minuten gaar en bruin.